FASE 1 FASE 2
ASV: 16 uur
taal
rekenen
maatschappelijke vorming
expressie
plastische opvoeding
godsdienst
lichamelijke opvoeding
ASV: 11 uur
socialisatie
computer
lichamelijke opvoeding
godsdienst
BGV: 16 uur
handvaardigheid (huishoudelijke vaardigheden, hout-metaal, tuin, textiel en aandachtsoefeningen)
BGV: 21 uur
huishoudelijke vaardigheden (koken, onderhoud en strijken)
keuze (hout-metaal, tuin, textiel)
arbeidstraining

FASE 1: 12 jaar tot 16 jaar

ALGEMENE SOCIALE VORMING

Lessenpakket: 16 uren
Aantal groepen: afhankelijk van aanbod leerlingen
Aanbod en frequentie:

  • alle activiteiten gebeuren per klasgroep of PE(GWP) met specifieke aanpassingen per leerling (IHP)

Lessenpakket:
  • 3 uren taal
  • 3 uren rekenen
  • 3 uren maatschappelijke vorming
  • 1 uur expressie
  • 2 uren plastische opvoeding
  • 2 uren godsdienst
  • 2 uren lichamelijke opvoeding

De taal- en rekenlessen worden zoveel mogelijk in de voormiddag geplaatst (3 keer 2 lesuren), de MaVo in een blok van 3 uur in de namiddag.

Voor taal, MaVO en rekenen delen we de leerlingen opnieuw in in "pedagogische eenheden". Dat betekent dat we proberen om homogene groepen te vormen op vlak van niveau. Dat biedt heel wat pedagogisch comfort.

In de taallessen onderscheiden we 4 grote delen: spreken, luisteren, functioneel lezen en schrijven.
De klemtoon ligt vooral op het zich goed en correct kunnen en durven uitdrukken.
Bij het lezen zijn we vooral bezig met het functioneel lezen: weten wat er gelezen wordt en gerichte informatie halen uit het gelezene.
Voor het technisch en begrijpend lezen beschikken wij wekelijks over een aangepaste actualiteitskrant, "Wablieft".
De leerlingen brengen op geregelde tijdstippen een bezoek aan onze schoolbibliotheek. Daar kunnen ze zelf een boek kiezen dat aansluit bij hun leesniveau.
Het schrijven gebeurt vooral functioneel, vb. eigen gegevens, boodschappenlijstje,...
Om de 2 weken kunnen ze 1 uur taalgerichte programma's en tekstverwerking oefenen op de computer.

In de rekenlessen ligt de klemtoon op functioneel rekenen, dus vooral metend rekenen: het geld, de klok, gewicht, lengte, inhoud.
Getallenkennis wordt zo hoog mogelijk opgetrokken.
Voor het uitrekenen van bewerkingen wordt de rekenmachine ingeschakeld.
Alle andere onderdelen zoals hoofdrekenen, cijferen, maaltafels, wel zijn ondergeschikt en worden verder onderhouden. Om de 2 weken kunnen ze 1 uur rekengerichte programma's oefenen op de computer.

De lessen 'maatschappelijke vorming' zijn in één blok van 3 uur ingericht, meestal op één namiddag. Iedere groep krijgt op regelmatige basis relationele en seksuele vorming (RSV). Thema's die aan bod komen zijn : het eigen ik, het eigen lichaam, gezondheid, communicatie, gevoelens, relaties en seksualiteit. De inhoud is afhankelijk van de leeftijd, het begripsniveau en de noden van de leerlingen.

Er wordt gewerkt rond 'lichaamsverzorging' en er zijn douches beschikbaar.
Daarnaast werken we vooral aan de basiskennis van levensgerichte thema's zoals:
winkelen, de tijd, het verkeer, telefoneren, milieu, veiligheid, ziekte en gezondheid, actualiteit,...
We wonen ook een tweetal keer per jaar een voor ons geschikt toneel en/of filmvoorstelling bij.

We bieden 1 uur expressie aan per week. Hier werken we klasdoorbrekend en bieden we verschillende activiteiten aan: vb. dans, toneel, film, bewegingsexpressie, beeldende expressie, relaxatie,...

Doelstelling is het aanleren van een zo ruim mogelijk aanbod van vaardigheden, aangepast aan de mogelijkheden van de leerlingen. Het aanbod is zo ruim en gevarieerd mogelijk omwille van:

  • afwisseling geeft motivatie
  • polyvalentie
  • invullen van individuele mogelijkheden
  • grove en fijne motoriek
  • prestatiefierheid

Naast het louter aanleren en toepassen van vaardigheden komt in de PO ook het creatieve aan bod. Het is zo dat de leerlingen in de PO het voorbeeld van de leerkracht niet namaken. Elk resultaat is uniek. De eigen inbreng en de creativiteit worden zoveel mogelijk gestimuleerd.

Deze twee uren worden opgelegd door het ministerie. Er wordt gewerkt met een jaarthema. Dit jaarthema wordt vastgelegd in de werkgroep godsdienst OV1 West-Vlaanderen. Er worden telkens een 6-tal deelthema's voorzien. De kerkelijke feesten krijgen ook hun plaats. In de loop van het schooljaar zijn er een drie- tot viertal vieringen die opgebouwd worden aan de hand van het jaarthema.

Elke klas gaat tweewekelijks zwemmen. Sommige leerlingen hebben schrik van het water en via verschillende oefeningen leren ze die overwinnen. en zich goed voelen in het water. Andere leerlingen kan men de schoolslag, crawl of rugcrawl aanleren. Bij leerlingen die goed kunnen zwemmen, kunnen nog specifieke behendigheden aangeleerd worden zoals watertrappen, duiken, onder water zwemmen,...
Sommige leerlingen kunnen ook een brevet halen op de verschillende afstanden.Er kan natuurlijk ook op snelheid getraind worden.
Naast zwemmen krijgen ze ook tweewekelijks turnen. Er worden aangepaste motorische opdrachten aangeboden volgens het niveau van de lln.
Aangeboden activiteiten zijn: jogging, atmetiek, evenwichtsoefeningen, rolvaardigheden, spelvormen, balvaardigheden: oog - hand , oog – voet, lateralisatie en oriëntatieoefeningen, reactieoefeningen, circuitvormen, conditietraining,...


BEROEPSGERICHTE VORMING

Lessenpakket: 16 uren
Aantal groepen: afhankelijk van aanbod leerlingen
Aanbod en frequentie:

  • alle activiteiten gebeuren per klasgroep (GWP) met specifieke aanpassingen per leerling (IHP)

Lessenpakket: handvaardigheid

  • 5 uren huishoudelijke vaardigheden (koken en onderhoud)
  • 4 uren hout-metaal
  • 2 uren textiel
  • 3 uren tuin
  • 2 uren aandachtsoefeningen

Handvaardigheid

Dit is de verzamelnaam voor alle vaardigheden die gericht zijn op de activiteit " werken ". Daaronder vallen alle BGV-vakken.

  • We stellen vooraf dat we geen beroep aanleren. Zo wordt er met hout gewerkt zonder echt aan houtbewerking te doen, met textiel zonder de doorgedreven vaardigheden daarvan te verwerven,...
  • Door de leerlingen eenvoudige opdrachten uit verschillende beroepenvelden vb. textiel, hout, metaal, tuin, koken enz…te laten uitvoeren laten we ze kennismaken met meerdere materialen en vaardigheden en leren we de leerlingen "werken door te werken".
    Op die manier kan er op de verschillende ontwikkelingsgebieden geoefend worden nl: persoonsgebonden attitudes, sociale en communicatieve vaardigheden, fysieke conditie en oriëntatievermogen en werkplekgerelateerde competenties.

Koken:

  • Er worden eenvoudige menu's bereid met een driewekelijks systeem.
    - Les 1: uitleg, met veel hulp van de leerkracht en gezamenlijk bereiden.
    - Les 2: dezelfde menu met minder hulp.
    - Les 3: nog eens dezelfde menu zonder hulp of met zo weinig mogelijke ondersteuning. Zo zelfstandig mogelijk met de kookmap.
  • Het menu kan bestaan uit een voorgerecht of soep en/of een hoofdgerecht en/of een nagerecht. De leerkracht bepaald volgens mogelijkheden van de leerlingen of er een gans menu of een deel zal bereid worden.
  • Men maakt gebruik van een gevisualiseerde kookmap. De ouders kunnen deze kookmap aankopen om thuis op dezelfde manier te werken. In de ASV-lessen leert men o.a. de producten en materialen kennen, seizoensgroenten, leren werken met de maatbeker en met de weegschaal,...

Onderhoud/wassen/strijken

  • Kuisen van keuken en leefruimte (vb. vloer, ruiten, keukentoestellen, meubilair enz. )
  • Was leren doen met de automatische wasmachine, droogkast, wasrek,...
  • Strijken van eenvoudige platte stukken (vb. handdoeken, keukenschorten,...) tot moeilijker kledingstukken (vb. T-shirt, hemd,...) dit afhankelijk van mogelijkheden leerlingen. (tempo, handelingen,...) Indien niet mogelijk, wordt dit ook aangebracht in de textielles.

Door basisvaardigheden bij te brengen en in te oefenen (vb. groenten snijden, reinigen, koken, stoven,was ophangen, een handdoek strijken, dweilen,...)werkt men aan de BGV-doelen.

In dit vak maakt men gebruik van werkstukken. Daarin wordt hoofdzakelijk met de volgende materialen gewerkt: verschillende stramienen, DMC, naaimachine, weeframen,...

Door basisvaardigheden bij te brengen en in te oefenen (vb. kruisjessteek, knippen, stikken, machine draden, volgen van stappenplan voor linnenzak, weefopdrachten,...)werkt men aan de BGV-doelen.

In dit vak maakt men ook gebruik van werkstukken. Daarin wordt hoofdzakelijk met de volgende materialen gewerkt: hout, metaal, pitriet, pyrogravure, hamer, figuurzaag,...

Door basisvaardigheden bij te brengen en in te oefenen (vb. pyrograveren, timmeren, zagen, plooien,...)werkt men aan de BGV-doelen.

In dit vak maakt men ook gebruik van werkstukken maar in mindere mate. (vb. insektenhotel, bloembak (PO) met kruiden, bloemstukje,...) Daarnaast legt men vooral de nadruk op werken in openlucht, met totaal andere grondstoffen, levend materiaal,... Daarin wordt hoofdzakelijk met de volgende materialen gewerkt: kruiwagen, potgrond, zaadjes, stekken, kippen, hark,...

Door basisvaardigheden bij te brengen en in te oefenen (vb. water geven, plukken, spitten, eggen,…)werkt men aan de BGV-doelen.

Er worden groenten en kruiden gekweekt voor verkoop aan ouders, leerkrachten,... Er worden bloemen en planten gekweekt die op onze jaarlijkse bloemenmarkt door de leerlingen en de leerkrachten verkocht worden aan ouders en andere kopers. Er is een kippenhok aanwezig dat door de leerlingen onderhouden wordt.

In dit vak maakt men gebruik van werkstukken maar in mindere mate. Daarnaast legt men vooral de nadruk op vaardigheden die in de latere arbeidstraining (fase 2) nodig zijn: vb. sorteren, monteren, gericht uitvoeren van mondelinge opdrachten,... Alsook opdrachten die oefenen op inzicht en concentratie: vb. constructie, elektrische bedrading, tangram,... Daarin wordt hoofdzakelijk met de volgende materialen gewerkt: educatief spelmateriaal, werkmateriaal arbeidstraining vb. nietjesmachine, schroevendraaier,...

Door basisvaardigheden bij te brengen en in te oefenen (vb. patronen namaken, electro-oefeningen,…)werkt men aan de BGV-doelen.

FASE 2: 16 jaar tot 21 jaar

ALGEMENE SOCIALE VORMING

Lessenpakket: 11 uren
Aantal groepen: afhankelijk van aanbod leerlingen
Aanbod en frequentie:

  • alle activiteiten gebeuren per klasgroep met specifieke aanpassingen per leerling (IHP)

Lessenpakket:

  • 5 uren socialisatie
  • 2 uren computer
  • 2 uren godsdienst
  • 2 uren lichamelijke opvoeding

Training op alle levensgerichte, praktische vaardigheden die noodzakelijk zijn om zo zelfstandig mogelijk te functioneren in de maatschappij. De onderwerpen hebben verband met de volgende levensdomeinen: persoonlijke redzaamheid, wonen, woonomgeving, werken, vrije tijd. Vb. openbaar vervoer,budgetteren, woonvormen, oriëntatie in de ruimte, planlezen, zelfstandig telefoneren, zinvolle vrijetijdsbesteding, zelfstandig winkelen, zelfstandig een maaltijd bereiden, zelfstandig in het verkeer,...

Uiteindelijk resulteert die training op het einde van hun schoolloopbaan in een leefweek: de leerlingen wonen en werken gedurende één week zo zelfstandig als mogelijk. Uiteraard zijn wij in fase 2 geregeld op leeruitstap met onze leerlingen, want alleen op die manier kunnen wij levensecht werken. Vandaar ook onze keuze om uiteindelijk te komen tot één volledige dag algemene en sociale vorming.

Taal en rekenen worden heel praktisch en levensecht toegepast in de socialisatieopdrachten.

Er wordt wekelijks 2 uren initiatie computer gegeven:

  • Initiatie “Windows’: basisprincipes van het bestuursysteem
  • Initiatie "Tekstverwerking”: basisprincipes van Microsoft Word
  • Inititiatie “Internet”: e-mail, gericht surfen

Deze twee uren worden opgelegd door het ministerie. Er wordt gewerkt met een jaarthema. Dit jaarthema wordt vastgelegd in de werkgroep godsdienst OV1 West-Vlaanderen. Er worden telkens een 6-tal deelthema’s voorzien. De kerkelijke feesten krijgen ook hun plaats. In de loop van het schooljaar zijn er een drie- tot viertal vieringen die opgebouwd worden aan de hand van het jaarthema.

Elke klas gaat tweewekelijks zwemmen. Sommige lln. hebben schrik van het water en via verschillende oefeningen leren ze die overwinnen. en zich goed voelen in het water. Andere leerlingen kan men de schoolslag, crawl of rugcrawl aanleren. Bij leerlingen die goed kunnen zwemmen, kunnen nog specifieke behendigheden aangeleerd worden zoals watertrappen, duiken, onder water zwemmenn,...

Sommige leerlingen kunnen ook een brevet halen op de verschillende afstanden.Er kan natuurlijk ook op snelheid getraind worden.

Naast zwemmen krijgen ze ook tweewekelijks turnen. Er worden aangepaste motorische opdrachten aangeboden volgens het niveau van de lln.

Aangeboden activiteiten zijn: jogging, atmetiek, evenwichtsoefeningen, rolvaardigheden, spelvormen, balvaardigheden : oog - hand , oog – voet, lateralisatie en oriëntatieoefeningen, reactieoefeningen, circuitvormen, conditietraining,...


BEROEPSGERICHTE VORMING

Lessenpakket: 21 uren
Aantal groepen: afhankelijk van aanbod leerlingen
Aanbod en frequentie:

  • alle activiteiten gebeuren per klasgroep (GWP) met specifieke aanpassingen per leerling (IHP)

Lessenpakket: handvaardigheid

  • 4 à 5 uren huishoudelijke vaardigheden (koken en onderhoud)
  • 3 uren keuze: hout-metaal, tuin of textiel
  • 10 à 14 uren arbeidstraining (in opbouw)

Handvaardigheid

In fase 2 ligt het hoofdaccent op de arbeidstraining. keuze is verder oefenen aan doelstellingen nodig om in een beschutte werkplaats/ arbeidstraining goed te kunnen functioneren. Daarom is de gezamenlijke doelenset voor alle BGV-vakken van groot belang!(SWP)

Dit is de verzamelnaam voor alle vaardigheden die gericht zijn op de activiteit “ werken “.
Daaronder vallen alle BGV-vakken: huishoudelijke vaardigheden, keuze textiel, keuze tuin, keuze hout-metaal en arbeidstraining aan.

  • We stellen vooraf dat we geen beroep aanleren. Zo wordt er met hout gewerkt zonder echt aan houtbewerking te doen, met textiel zonder de doorgedreven vaardigheden daarvan te verwerven,...
  • Door de leerlingen eenvoudige opdrachten uit verschillende beroepenvelden vb. textiel, hout, metaal, tuin, koken,... te laten uitvoeren laten we ze kennismaken met meerdere materialen en vaardigheden en leren we de leerlingen “werken door te werken”.
    Op die manier kan er op de verschillende ontwikkelingsgebieden geoefend worden nl: persoonsgebonden attitudes, sociale en communicatieve vaardigheden, fysieke conditie en oriëntatievermogen en werkplekgerelateerde competenties.
  • In fase 2 werken we wel met keuze.

- 5u/week = voormiddag + 1 uurtje in de namiddag: eerste twee jaren fase 2
- 4u/week = voormiddag: laatste jaren fase 2 Is onderverdeeld in:

Koken:

  • Er worden eenvoudige menu's bereid met een driewekelijks systeem.
    - Les 1: uitleg, met veel hulp van de leerkracht en gezamenlijk bereiden.
    - Les 2: dezelfde menu met minder hulp.
    - Les 3: nog eens dezelfde menu zonder hulp of met zo weinig mogelijke ondersteuning. Zo zelfstandig mogelijk met de kookmap.
  • Het menu kan bestaan uit een voorgerecht of soep en/of een hoofdgerecht en/of een nagerecht. De leerkracht bepaald volgens mogelijkheden van de leerlingen of er een gans menu of een deel zal bereid worden.
  • Men maakt gebruik van een gevisualiseerde kookmap. De ouders kunnen deze kookmap aankopen om thuis op dezelfde manier te werken. In de ASV-lessen leert men o.a. de producten en materialen kennen, seizoensgroenten,...

Onderhoud/wassen/strijken

  • Kuisen van keuken(vb. vloer, ruiten, keukentoestellen, meubilair enz. )
  • Was leren doen met de automatische wasmachine, droogkast, wasrek,...
  • Strijken van eenvoudige platte stukken (vb. handdoeken, keukenschorten,...) tot moeilijker kledingstukken (vb. T-shirt, hemd,...) dit afhankelijk van mogelijkheden leerlingen. (tempo, handelingen,...) en/of aantal uren.

Door basisvaardigheden bij te brengen en in te oefenen (vb. groenten snijden, reinigen, koken, stoven,was ophangen, een handdoek strijken, dweilen,...) werkt men aan de BGV-doelen.

Vanaf fase 2 kunnen de leerlingen kiezen (voor een gans jaar) tussen de aangeboden handvaardigheidslessen die ze in fase 1 reeds meerdere jaren ondergingen. (textiel, hout-metaal of tuin)

  • eerste jaar: 6 uren in de week (opgesplitst in twee delen)
  • tweede jaar: 4 uren in de week (in één deel)
  • derde, vierde,... jaar: 3 uren in de week (in één deel)
Vanaf het tweede jaar kiezen ze voor de rest van hun schoolcarrière.

Is onderverdeeld in:

  • keuze textiel: idem fase 1
  • keuze hout-metaal: idem fase 1
  • keuze tuin: idem fase 1

Dit is een nieuw item in fase 2. In fase 2 is er een opbouw in uren arbeidstraining om zo op een optimale manier aan de BGV-doelen te kunnen voldoen.

  • Eerste jaar: 10 uren (verdelen in dagdelen)
  • Tweede jaar: 12 uren (een dag en enkele uren)
  • Derde jaar: 14 uren (twee volledige dagen niet na elkaar)
  • Vierde jaar + extra jaren: 14 uren (twee volledige dagen indien mogelijk na elkaar) afhankelijk van verschillende factoren. (alternerende stage, aantal ASV-lkr’n,...)

De lessen gaan door in een aangepaste werkplaats, waar we de realiteit van het toekomstige werkmilieu zoveel mogelijk trachten te benaderen.

De lln voeren er verschillende werken uit volgens hun mogelijkheden, van heel eenvoudig tot meer gecompliceerd.

Het is onze betrachting om een groot aanbod van verschillende werken met een stijgende moeilijkheidsgraad te hebben binnen de arbeidstraining. Zo krijgen de lln optimale kansen om hun vaardigheid + attitudes te oefenen.

Starten met een aanleerfase: eenvoudige deeltaken om te komen tot samengestelde, volledig zelf uitgevoerde taken met een hogere moeilijkheidsgraad.

Een evolutie doormaken van het leren gebruiken van allerlei toestellen en machines.

Werkplekleren en stages:

  • Werkplekleren: een aantal leerlingen (afhankelijk van nood) gaan met een BGV-leerkracht handelingen oefenen in een beschutte werkplaats. Dit wel losstaand van het productieproces. Dit met doelstelling om zich zo optimaal mogelijk te kunnen wennen aan een werksituatie.
  • Stage: Het is de bedoeling dat de leerlingen in fase 2 twee stages doorlopen vooraleer ze tewerk worden gesteld. Dit kan een blokstage of een alternerende stage zijn.